Grijze zones, robots en andere dagelijkse bezigheden.

Door Auredium op maandag 19 maart 2012 13:15 - Reacties (3)
Categorie: De digitale Samenleving, Views: 2.378

Banner


De mens zijn grootste gave en wellicht zijn grootste vloek is om te kunnen dromen. Om dingen te bedenken en de wilskracht op te bouwen met de middelen beschikbaar zijn droom de realiteit waar te maken. De mens wilde vliegen en op 21 November ging in Parijs de eerste hete luchtballon de lucht in. De mens wilde gecontroleerd kunnen vliegen en in het jaar 1903 slaagden de gebroeders Wright erin om ook deze droom te realiseren.

Maar met het goede kwam ook het slechte. Diezelfde techniek van vliegen werd in 1940 en 1941 gebruikt om London te bombarderen. Grote geallieerde tapijtbombardementen legden hele Duitse steden in as. In 2001 werd het World Trade center vernietigd door Extremisten wiens visie niet samen leek te gaan met de visie van de Verenigde Staten. Onfortuinlijker wijs is het de mens en geen goddelijke macht die moet oordelen over wat de mens doet.

Een grote droom van veel mensen was het maken van machines en robots die het werk lichter zouden maken voor de mensheid. Het vliegtuig van het voorbeeld hierboven zorgt ervoor dat reizen gemakkelijker is. De robot, met name de menselijk gevormde robot is bedoeld om directe menselijke taken over te nemen. Natuurlijk is een vaatwasser handig voor de afwas mee te doen of een robotarm handig om producten op een andere lopende band te zetten. Een menselijke robot daarentegen kan doen wat wij mensen doen. Hij kan op zijn eigen manier de vaat doen of pakjes op een andere lopende band zetten. Hij kan autorijden of fietsen. Dat is de gedachte, en de oorsprong van de droom om een menselijke robot te ontwikkelen.

Deze droom bestond niet altijd in zijn huidige vorm met microchips en sensoren. Oudheden noemen golems van klei en complexe machines met tandwielen en olie. Van de Vikingen in het Noorden van Europa tot de oude Grieken, de Islamitische geleerden en het oude China zijn er voorbeelden te vinden van kunstmatige, menselijke wezens die ieder hun doel en taken hebben. Met de komst van de industrialisatie kreeg deze droom een overgang naar wat wij nu de moderne tijd kunnen noemen.

De techniek werd ingewikkelder en kwam op een hoger niveau. Met de komst van de eerste echte computers rond de tijd van de 2e Wereldoorlog had de mensheid het idee dat de droom aan de horizon lag. Het is daarom ook niet vreemd dat de hoeveelheid fictie vanaf het begin van de 20ste eeuw explodeerde omtrent het fenomeen robots. Denk aan klassiekers zoals ‘Artificial People’ of ‘Automata’.

Misschien terecht is er een inherente angst omtrent robots dat ze beter worden dan ons. Dat ze ons werk beter kunnen doen, beter kunnen overleven en slimmer zijn dan ons. Dat robots ons vervangen als de dominante levensvorm ten koste van de mensheid. Deze gedachte, gesteund door onze kennis van de evolutieleer kan een vrij realistische waarheid zijn. Het roep filosofische vragen op zoals het recht wat wij als mens hebben als een robot eenmaal zelfstandig kan beslissen en denken. Het wekt ook de vraag op in hoeverre wij zelf afwijken in denken van robots en of wij wel zelfbewustzijn hebben.

Laat ik afwijken van het gebruikelijke topic van computers en een wat ander spoor gaan betreden. Het menselijke brein is een geweldig instrument van evolutie. Het brein bevat tussen de 80 en 120 miljard neuronen. Het is een organische machine die tot nog toe met gemak al onze transistor processors het nakijken geeft. Toch is deze organische computer niet perfect. Er zitten limieten aan wat het actief kan bijhouden en er zijn veel zaken wat onze hersenen niet kunnen weten. Want onze hersenen zijn geheel afhankelijk van sensoren en capaciteit. Wij kunnen bijvoorbeeld van nature geen infrarood zien of radioactieve straling voelen. Onze hersenen zijn echter geprogrammeerd om voor alles een verklaring te zoeken. Omdat de capaciteit beperkt is en onze hersenen iet alles weten en niet alles in ‘real time’ kunnen bijhouden is het voor de hersenen niet mogelijk om overal een verklaring voor te vinden.

In mijn mening is de nood voor verklaringen te vinden zo groot dat het niet kunnen vinden van een plausibele verklaring ervoor zou zorgen dat de mens niet goed zou functioneren. Feitelijk gesproken, de hersenen zouden vastlopen op het beantwoorden van ook maar 1 vraag waar ze niet alle variabelen van kunnen bijhouden. Het hart van deze oorzaak is de kern waarin wij ons onderscheiden van dieren; wij vragen ons niet alleen af, wij blijven ons afvragen, constant en altijd.

Dit proces van constant afvragen is de kern van ons mens zijn, het evolutionaire verschil in onze grijze massa die ons laat verschillen van andere wezens. Apen vragen zich soms zaken af, net zoals Dolfijnen maar hun nieuwsgierigheid beweegt zich in grenzen. De haarloze aap genaamd mens heeft deze grenzen niet. Om te verhinderen dat een mens gaat malen op 1 enkele onbeantwoordbare vraag en dus vergeet te eten en slapen.

Kort gezegd; Een mens zonder bewustzijn maar met grenzeloze nieuwsgierigheid kan geen beslissingen maken. Een enkele vraag kan niet exact worden beantwoord door de hersenen omdat niet alle informatie beschikbaar is. De vraag ‘waarom is die bloem geel en de andere rood?’ zou voor een holbewoner niet exact te zijn beantwoord omdat niet alle informatie er is. De holbewoner zou zonder bewustzijn niet de vraag kunnen wegleggen en dus niet toe komen aan zijn basisbehoeften.
Bewustzijn is de ‘illusie’ van zelfbeslissing. Feitelijk gesproken is het de hersenen hun antwoord op het probleem niet alles te kunnen bijhouden. Bewustzijn is, puur vanuit het standpunt van de hersenen; beslissingen nemen, knopen doorhakken. Als een knoop niet kan worden ontknoopt zoals het hoort dan zorgt bewustzijn ervoor dat de knoop wordt ontknoopt lijkt.

De illusie genaamd bewustzijn pakt onoplosbare vragen en fabriceert aan de hand van beschikbare kennis oplossingen voor deze vragen. Bewustzijn zorgt niet alleen daarvoor; het zorgt er ook voor dat de antwoorden worden geaccepteerd door de hersenen als een waarheid. Voor een individu die leeft met een door het bewustzijn gecreŽerd antwoord zal dit antwoord als waar zijn tot er voldoende bewijs is voor de hersenen om tot een ander acceptabel antwoord te komen. Hoe meer factoren er zijn die wat niet tot zeer moeilijk zijn te bewijzen in het echt, hoe moeilijker het zal zijn om te komen met een weerwoord te komen wat acceptabel voor die persoon zal lijken.

In dat licht zijn de onbekende factors zoiets als een zwarte doos. Onze hersenen weten dat ze er zijn en dat uitkomsten niet exact zijn. Hierdoor is het denkproces niet abstract, precies en machinaal. Deze imperfectie die het logische gevolg is van de beperktheid van onze hersenen en ons lichaam wordt opgevangen door de illusie van zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn is dus, in mijn mening het opvangen van onbekende factoren door bekende factoren te combineren tot een voor de hersenen acceptabel alternatief antwoord.

Beslissingen zijn ook het gevolg van zelfbewustzijn en vloeien voort uit de drie factoren van genetische aanleg, afgelegde weg en het heden waarin wij de beslissing maken. Daaruit voort komt de toekomst die wij in ons perspectief zien aan de hand van ons bewustzijn.

Als wij daar vanuit gaan bij de ontwikkeling van Robots, moeten we ermee rekening houden dat het niet zozeer is het ‘aanleren van taken’, maar eerder het combineren van reeds gedane kennis om nieuwe conclusies op onbekende zaken op te doen. Misschien nog dieper, en een misschien concretere waarheid tot de ontwikkeling van Kunstmatige Intelligentie is de vraag; hoe programmeer je nieuwsgierigheid?
Niet alleen de vraag, waarom zijn sommige bloemen geel en andere rood? Maar eerder; Wat is de basis voor nieuwsgierigheid en vragen in het algemeen. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk een razendsnelle wisselwerking tussen onze zintuigen en de kennis die wat we al hebben. Onze hersenen zijn constant op zoek evolutionair naar nieuwe vragen en de kleinste afwijking van het bekende is voldoende aanleiding voor het opstellen van een vraag.

Mochten wij dus kunstmatige intelligentie voor onze Robots ontwikkelen moeten we ze niet slechts 1 vraag geven of een ‘survival of the fittest’ proef laten doorstaan. We moeten ze leren vragen te stellen en laten accepteren dat ze niet alles kunnen weten.
Dat verhinderd niet een scenario zoals Terminator maar zal normaal gesproken dergelijke robots in staat stellen om tot dezelfde slechte, maar ook goede beslissingen te komen.

Van pioniersgevoel tot gadgethype

Door Auredium op woensdag 14 maart 2012 09:00 - Reacties (3)
Categorie: De digitale Samenleving, Views: 3.354

Banner


Iets nieuws ontdekken is altijd een hele ervaring. Ik herinner mij nog hoe ik voor het eerst in aanraking kwam met computersystemen. Mijn eerste ervaring als kind met bijvoorbeeld de Amiga , Prince of Persia of Windows 3.1 zijn zelfs nu nog ervaringen die ik als speciaal ervaar. Natuurlijk zijn nostalgische gevoelens altijd erg sterk. De eerste vakanties als kind, je eerste keer een pretpark bezoek of de eerste keer dat je verliefd bent. Maar soms is een gevoel zo sterk dat zelfs al heb je het niet mee gemaakt je het toch nog kan voelen. Denk bijvoorbeeld aan de eerste ruimtereizen waarbij je ontzag hebt voor de mensen die erbij zijn betrokken geweest, mensen zoals Neil Armstrong, Juri Gagarin, Wernher von Braun en Sergei Korolev.

Datzelfde gevoel heb ik als ik terug kijk naar de ontwikkeling van de eerste thuiscomputers. Een heel goed boek hiervoor, wat ik echt aan raad voor iedereen die meer wilt weten van de computerrevolutie van de jaren 60 en 70 is ‘Hackers’ van Steven Levy. Dit boek geeft aan met wat voor problemen MIT studenten en gewone computer enthousiastelingen voor hun kiezen kregen tijdens die jaren. Denk aan timesharing problemen en enorme IBM computers of de PDP machines waar veel van de huidige gemakken gewoonweg nog niet waren uitgevonden. Je kunt erin lezen hoe de studenten van destijds meermaals de regels overtraden om zo toch nog wat extra computertijd te winnen.

Tegenwoordig nemen wij veel voor gegeven. We hebben allemaal computers met platte schermen en grafische kaarten die met gemak films in HD kwaliteit kunnen afspelen zelfs als het een kantoor systeem is. De meeste mensen van ons zijn helemaal niet meer in staat om te kunnen werken met computers die net genoeg grafische kracht hebben om een simpele tekenset weer te geven op een monochroom scherm. De meeste mensen die normaal werken met computersystemen zullen ook niet met dergelijke systemen willen werken. Maar toch, ergens diep in mij is een stemmetje dat maar al te graag op dergelijke beperkte systemen werkt, dat ze wil pushen naar de limit van wat ze maximaal kunnen halen.

Tegenwoordig kunnen wij dat nog steeds, de limit pushen van onze technologie. Niet alleen bij computers natuurlijk. Hier op Tweakers zie je het aan de mensen die computersystemen overklokken bijvoorbeeld. Of het meeste uit hun besturingssystemen proberen te halen. Het is natuurlijk wel wat lastiger soms om de limit te halen met de huidige technologie maar is dat niet de uitdaging?

Natuurlijk zijn er mensen die nog veel eerder bij computerontwikkeling zijn betrokken maar als het aan komt op identificeren dan zie ik de generatie van de jaren 60 en 70 als de grootvaders van nu. De heuvels die moesten worden overwonnen in die tijd zijn wellicht door de wildgroei van gadgets en high tech niet meer zo duidelijk. De georganiseerde bedrijfswereld die de computerindustrie in zijn greep houdt vertroebeld misschien soms ons blik op de bergen die we soms moeten en willen beklimmen maar we hoeven slechts herinnert te worden aan waar wij vanaf komen om te zien waar wij naartoe willen.

In die zin is het waardevol, zeker in een tijd waarin technologie zich bijna sneller ontwikkeld dan de menselijke geest om nieuwe ideeŽn te ontwikkelen. Het denken buiten de doos en de limieten op te zoeken van onze huidige technologie. Voor wie echt wil innoveren, die echt zijn systemen wil verbeteren is het zaak om zo ver te gaan dat hij de limiet van een stuk hardware weet te bereiken en dan om deze te overschrijden.

Dus houdt vooral voor jezelf bij wat jij zelf denkt wat beter kan aan de systemen waarmee je dagelijks werkt. Noteer actief problemen en frustraties die je tegen het lijf loopt. Durf dingen te testen die wat je normaal nooit zou doen. Wat vooral opvalt, ook bij ondergetekende is dat wij nog steeds te veel in hokjes denken. We sluiten zaken uit om arbitraire redenen vaak gebaseerd op vooroordelen of principiŽle zaken die wellicht helemaal niet relevant zijn.

Als misschien wat op valt in de huidige tijd is het wel de enorme keuze aan gadgets die we hebben. Het is gemakkelijk om een probleem op te lossen door een systeem te vervangen door een ander kant-en-klaar systeem. Persoonlijk is dat de makkelijke oplossing die soms wel uit komt omdat een probleem niet de moeite waard lijkt. De moeilijke oplossing lijkt door de gadgets en vele soorten hardware misschien op het wiel opnieuw uitvinden maar loont zich misschien wel in voldoening en het leren kennen van de hardware die je gebruikt.

Soms kan het heel eenvoudig zijn, gewoon voor de hobby. Zoals het aansluiten van een SNES controller op de parallelle poort van je computer of een oude Commodore 64 via een zelfgemaakt printje op je LAN aan te sluiten. Het lijkt geen innovatie maar het helpt je buiten de doos te denken en je kader te verruimen. Stel jezelf constant een nieuw doel om de hardware waarmee je werkte te verbeteren. Soms is dat makkelijk omdat je al tegen problemen met je dagelijkse hardware tegen het lijf loopt. Soms is het lastiger omdat je al je hardware zo goed mogelijk hebt uitgerust en geconfigureerd, maar ga dan voor die hogere framerate of die lagere CPU temperatuur. Daag jezelf uit.

Het is gemakkelijk om genoegen te nemen met wat wij nu al hebben aan kant-en-klaar apparatuur en gadgets maar soms moet je gewoon de boom in klimmen om de bergen te kunnen zien.

Nuttige links:

Space Race

Hackers Heroes of the Computer Revolution (ISBN 10. 0141000511 en ISBN 13. 9780141000510)

PDP 6 computer van de jaren 60

Kleine typdislectie aangepast

Proper Planning Prevents Poor Performance

Door Auredium op maandag 12 maart 2012 14:00 - Reacties (4)
Categorie: De digitale Samenleving, Views: 2.041

Banner


De Amerikaanse mariniers hanteren de 5 P regel. Deze regel staat voor de term ‘Proper Planning Prevents Poor Performance’ en is afgeleid van de 7 P regel die vol staat met niet nader te noemen creatievere woordkeuzes.

Ik deel de mening van de mariniers en houdt ervan mijzelf goed voor te bereiden. Ubuntu 12.04 komt eraan en ik ben van plan om deze versie van Ubuntu goed te installeren. Dat betekend voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Een wijze les die ik lang geleden al leerde is dat de daadwerkelijke ‘actie’ vaak slechts 5% is van het echte werk dat erbij betrokken is.

Voorbereiding betekend de beta virtual boxen om uit te testen, lezen wat de wijzigingen zijn ten opzicht van de voorgaande versie. Een goede geordende back-up maken van alle data. Kijken of de gebruikte software van nu ook werkt onder de nieuwe software. Ik doe dit het liefst allemaal handmatig zodat ik het zelf in de hand heb. Maar zeker is dat er veel planning aan vooraf gaat en ik houd daar van. Ik plan liever iets te veel dan te weinig.

Plannen was niet altijd mijn natuur. Sterker nog in mijn jonge jaren was ik veel anders. Toen ik een jaar of 13 was deden ik en mijn 'partner in crime' altijd afwachten tot de lokale rommelmarkt was geweest. Aan het einde van de rommelmarkt werden alle niet verkochte tweedehands computersystemen in een container gegooid die vervolgens gewoon bleef staan. Als ik jongeren die computerhardware willen leren kennen wat kan aanraden is het afgedankte computers regelen. Afgedankte computers zijn goedkoop (ze kostte mij letterlijk niets destijds) en zitten vol met hardwareproblemen. Veel ervaring met hardware komt bij mij dan ook gewoon van het oplossen van onbekende hardwareproblemen van afgedankte computersystemen.

Natuurlijk, een goede opleiding leert je veel maar eigen ervaring opdoen is zeker een goede leerschool. Ik leerde ook niet zozeer van mijn opleidingen wat Linux was maar van mijn medescholieren. Sterker nog in mijn specifieke opleidingstraject was dat leerjaar 2 van het HBO. Vele jaren nadat ik al in aanraking was gekomen met Linux. Ook bij het leren kennen van Linux was het zo dat ik meer leerde van mijn mede leerlingen en het internet dan van mijn opleiding. Natuurlijk is specialisatie in je opleiding wel belangrijk. Mijn TI opleiding was bijvoorbeeld meer gericht op C++ programmeren en helemaal niet op Linux. Wat ik wel constant leerde van mijn opleidingen is structuur en planning en hoe ik dat kon toepassen in mijn leerrichtingen.

Ik ben van mening dat je natuurlijk je eigen structuur kunt en waarschijnlijk ook zult hebben bij het plannen maar dat een goede structuur altijd inzicht en planning vereist. Ik ben mensen tegen gekomen die echt uit blonken in hun werk maar gewoontes hadden die ronduit bizar waren zoals een kwartier te laat komen omdat er in het eerste kwartier van de dag toch geen werk zou worden gedaan. Of mensen die (net als mij overigens) gewoon soms een schop onder de kont nodig hebben als kickstart. Mensen die overenthousiast zijn en daardoor te veel hooi op hun vork nemen. Mensen die briljant zijn maar altijd pessimistisch.

Soms als ik terug denk aan mijn ITIL en project gerelateerd werken leek het redundant, maar als ik dan rekening houd met allerhande personen kan ik achteraf zeggen dat het wel nuttig is. Een goede 17 jaar geleden zou ik het nut niet ervan inzien en zou ik van start gaan zonder echt plannen. Maar tegenwoordig als ik iets goed wil doen niet meer. De regel Proper Planning Prevents Poor Performance is dan ook aan de muur genageld bij mij thuis. Maar 1 ding veranderd niet;

De 5% actie wordt altijd uitgevoerd met enthousiasme, een camouflagepak en een Rambo hoofdband!

Virtueel geld en andere tastbare zaken

Door Auredium op vrijdag 9 maart 2012 16:45 - Reacties (7)
Categorie: De digitale Samenleving, Views: 2.618

Banner


Virtueel is in en de virtuele wereld raakt steeds meer vervlochten met de reŽle wereld. Telefoontjes hebben augmented reality, platte schermen tonen 3D beelden en ons geld gaat digitaal. Met de deugden komen de lasten zo zeggen ze en ik kan het weten.

Een aantal jaar geleden was Second Life helemaal hot. Er waren mensen die het geweldig vonden en mensen die wat het intens haatte omdat deelnemers ‘geen leven’ zouden hebben. Jullie eigen Auredium vond het wel een leuk experiment en behoorde tot de ‘bottom feeders’ van Second Life.

Second LIfe Logo
Om even een crash cursus te geven. Je hebt betalende mensen en niet betalende mensen. Het grootste deel bestaat uit mensen die gratis leven in Second Life en geen geld er in stoppen. Een deel stopt geld erin voor hun eigen vermaak en een deel stopt geld erin om te investeren in virtuele goederen. Als bottom feeder maak je geld uit niets. Destijds lukte dat door gebruik te maken van de casino’s. Terwijl je op internet dingen aan het doen was liet je de avatar een script doorvoeren in opdracht van een casino waar je dan geld voor kreeg. Dat geld stopte je als freeloader in gokmachines met een laag invoer saldo. Dankzij de winstkansen verviervoudigde je het bedrag in een kwartier tijd. Vervolgens stopt je het op de bank als je stopte en uiteindelijk stapelde het virtuele geld zich op. Je kon eventueel het uiteindelijk weer als echt geld laten uitkeren. Je maakte dus geld uit niets.

Het probleem kwam toen de Verenigde Staten het gokken op internet illegaal verklaarde. Eigenaren van gokclubs in Second Life sloten of veranderde van zaak. Ginko Financial, de grootste bank van Second Life had zijn geld voornamelijk gespeculeerd in zogenaamde zaken die geen of weinig ‘liquidity’ hadden. Zonder input van de casino’s werd de bank al haar geld kwijt en crashte de bank. Dit veroorzaakte een financiŽle crisis in Second Life. Bottom Feeders konden geen geld meer genereren uit niets en dus niet meer investeren in Second Life zelf of overbrengen naar echt geld. Bottom Feeders verlieten Second Life en de economie is nooit meer echt er bovenop gekomen.

Het grappige van deze situatie is dat de echte wereld nu volgt. Vroeger betaalde de mensen met goud en zilver. Producten die redelijk waardevast zijn mits er niet mee wordt gespeculeerd. Vervolgens stopte overheden dat geld in kluizen en brachten ze geld uit. Geld is een praktischer betaalmiddel dat, indien alles goed is geregeld in waarde gelijk is als wat er in de kluis ligt. Daarna werd het ‘vloeibaar’. Dat wil zeggen, door economische trucjes kon je een doller of euro vaker uit geven dan wat hij waard was. Zie het als heel snel geld doorgeven en gebruiken. Iedereen gebruikt dezelfde euro, doet er wat mee en geeft hem door voordat de euro moet worden terug betaald. De winst van wat er met de euro is gedaan is groot genoeg om de vorige eigenaar te betalen en je hebt zelf nog wat euro’s over. Tenminste…als het systeem werkt. Als het systeem niet werkt dan krijg je een crisis zoals de jaren 30.

Dollar geld
De spoorweg van snel geld aan elkaar uitlenen crasht en een hele reeks tussenstations kan niet geld terug betalen. Dit systeem gaat ook nu mis. Alleen noemen wij het nu een recessie en geen crisis. Crisis klinkt immers zo negatief. Maar we leren niet. Sterker nog, we schuiven het geld nog verder weg van te controleren waarde. We schrappen langzaam papier geld voor een plastic kaartje met wat nummertjes. Dat is praktischer. Eerlijk gezegd, ik vind het handiger als ik een plastic kaartje heb in mijn beurs dan een kilo kleingeld. Maar de waarde van die nummertjes op mijn plastic kaartje is niet absoluut, hij is speculatief en kan bijna op willekeur van de 1% machtshebbers op de wereld verhoogt of verlaagd worden. Dus als het systeem crasht, dan kan ik een heel hoog nummer hebben en toch heel weinig waarde, erger nog is dat ik dan niet eens meer kan ingrijpen op die situatie.

Nu heb ik hier enige tijd over gediscussieerd met een gewaardeerde collega. Mijn motto is altijd ‘slaap er een nachtje over’ en trek dan je oordeel. Principieel zou ik het erg kunnen vinden. Maar ik ben slechts een klein radertje in een grote machine. Als we terug zouden gaan naar een waardevast iets zoals goud zou dat niet helpen. Dan wordt er gespeculeerd met diensten en goederen, de andere twee factoren van de economische driehoek. Zelfs dan nog, in een tijd zoals nu is zelfs goud niet meer zeker als niet-reproduceerbaar goed. Ik vermoed dat wij de komende 100 jaar leren hoe wij al het materiaal wat wij als waardevol zien kunnen reproduceren.

Als wij hightech alchemisten zijn geworden dan is plotseling al het materiŽle niet meer waardevol omdat we er weinig van hebben. Dat brengt ons ook naar de kern van dit relaas; Waarde bestaat niet. Waarde is een emotioneel iets ontworpen door de menselijke geest. Alles is waardeloos. Niet in de zin dat het niets waard is maar in de zin dat waarde niet bestaat. Wie echt waarde wil schenken aan iets doet er goed aan dit te stoppen in zaken die je aanvullen als persoon zoals kennis, een kind of een lange strandwandeling met je wederhelft.

Vrijheid van informatie en de samenleving

Door Auredium op woensdag 7 maart 2012 09:00 - Reacties (1)
Categorie: De digitale Samenleving, Views: 2.439

Banner


Welkom bij deze aller eerste blog van jullie eigenste Auredium. Wie het nieuws heeft gevolgd in het afgelopen jaar zal met enige regelmaat zijn aangelopen tegen termen zoals ACTA, SOPA en Anonymous. Deze termen en de achterliggende betekenis ervan hebben ieder te maken met de vrijheid van informatie op het internet. Maar wat betekend nu ‘vrijheid van informatie’ en waarom is het zo belangrijk voor onze samenleving. In deze blog wil ik graag uitlichten wat vrijheid van informatie is, waar het vandaan komt en wat de voor en nadelen van deze vrijheid zijn.
Vrijheid van informatie is al heel oud. Het principe bestaat eigenlijk al zo lang als er informatie tussen mensen kan worden uitgewisseld. Als we kijken naar het verleden is een opmerkelijk iets dat vrijheid van informatie vooral opvalt door het gebrek aan vrijheid. We komen hierbij gelijk aan de tegenpool van vrijheid; het afschermen van informatie.

Als we kijken naar het afschermen van informatie hoeven we in het verleden alleen maar te kijken naar de politiek van de oudheid of naar oorlogsvoering. In deze zaken werd bewust informatie achter gehouden als gevreesd werd dat de informatie nadelig kon zijn voor een politicus, legerleider of land. Zowel vroeger als nu werden mensen die te veel wisten vermoord of anderzijds het zwijgen opgelegd. Vanuit het standpunt van informatie afschermen komt ook encryptie. Denk bijvoorbeeld maar aan de code welke Julius Caesar gebruikte voor het verzenden van militaire berichten.
Vrijheid van informatie is net als het afschermen van informatie altijd aanwezig geweest maar valt vaak veel minder op. Een goed voorbeeld zou bijvoorbeeld de democratie van het oude Griekenland zijn. Deze vrijheden van mensen betekenen indirect ook dat ze meer zaken mochten zeggen maar niet zomaar grenzeloos. De vrijheid van informatie speelde en speelt zich altijd af in een kader wat door afscherming wordt bepaald.

Als we kijken naar een grote verandering in vrijheid van informatie voor de komst van het internet dan kunnen we twee punten in mijn mening wel aanstippen; De komst van de boekdrukkunst en het tijdperk van de verlichting.
Met de komst van de boekdrukkunst verspreidde kennis zich sneller en goedkoper. Hierdoor konden minder geschoolden ook meer kennis te weten komen. Denk bijvoorbeeld aan de Bijbel welke door de komst van de boekdrukkunst bij iedere wat betere middenstandfamilie in bereik kwam. Kennis werd makkelijker benaderbaar voor meer mensen en dit resulteerde erin dat mensen zich sneller uitspraken over zaken in de samenleving.

Het tijdperk van de verlichting was vooral de manier waarop kennis werd vastgelegd en welke kennis als betrouwbaar kon worden beschouwd. Kennis die geen grondige onderbouwing had maar al eeuwen op werd vertrouwd was plotseling niet meer heilig en werd bekritiseerd. De oorzaak van deze nieuwe visie werd geleid door de vele ontdekkingen overzee in verschillende kolonies en door het opstellen van regels waarmee kennis toetsbaar moest zijn.

We zien dus een trend waarin technologische ontwikkelingen ervoor zorgen dat kennis voor grotere groepen beschikbaar komt en dit uiteindelijk leid tot maatschappelijke veranderingen. De komst van het internet is in dat licht een enorme doorbraak met zowel negatieve als positieve kanten. Het is het grootste informatieve netwerk ter wereld en kent de meeste gebruikers van een informatiemedium ooit. In een dergelijk fenomeen is het niet meer dan natuurlijk dat verschillende groepen welke elkaar in de reguliere samenleving nooit ontmoetten elkaar plotseling wel ontmoeten. Conflicterende visies op wat wel en niet goed is botsen met elkaar waardoor de wereld wanhopig tracht controle te krijgen op de enorme stortvloed van informatie en impulsen die plaats vinden. Iedere groep met zijn eigen visie vecht voor de overhand in de wereld.

In mijn nederige mening is vrijheid van informatie en vrijheid van meningsuiting een hoeksteen van een gezonde, zichzelf verbeterende samenleving. Het inperken van dergelijke informatie en vrijheden mag alleen derhalve gebeuren als het niet wordt gebruikt om kritische meningen de mond te snoeren. Een verdrag zoals ACTA is in die zin voor mijn ogen gevaarlijk omdat het de deur open zet naar censureren door overheden. Waar wij zien dat landen met minder dan democratische regeringen nu al controle invoeren op grote schaal kunnen wij stellen dat een verdrag zoals ACTA kan worden gebruikt door overheden en commercie om kritische geluiden uit de samenleving in te dammen en zo de fragiele machtsbalans tussen Overheden, bevolking en corporaties te verstoren.

Anderzijds is het zo dat informatie welke onmogelijk voor een groeiende en zichzelf verbeterende samenleving niet zomaar klakkeloos moet worden getolereerd. Er moet altijd een constante afweging zijn tussen wat wel en niet goed is gebaseerd op een afgewogen standpunt waarbij overheid, commercie en bevolking een even zwaar tellende mening dienen te hebben welke los dient te staan van financiŽle of politieke motivatie.

Een balans vinden in dergelijk complex systeem is een zeer grote uitdaging, maar een uitdaging die de moeite waar dis. Als we momenteel vertrouwen op de systemen van vroeger worden wij als samenleving en misschien wel als ras gelimiteerd door ons zelf. Als we daarentegen een nieuw systeem weten te ontwikkelen zal dit uiteindelijk voor een nieuwe impuls voor de ontwikkeling van de samenleving in zijn geheel.
In dat licht mogen we stellen dat een niet goed functionerend systeem zal leiden tot expressies van onbalans. Als de overheid of de corporaties te veel macht naar zich toe trekken zal dit resulteren in ‘civiele ongehoorzaamheid’ zoals het fenomeen Anonymous. Anderzijds zal een te sterke vrijheid voor de bevolking wellicht leiden tot chaos en exploitatie van persoonsgegevens door corporaties en individuen.
Wellicht dat over driehonderd jaar mensen terug kijken naar dit tijdperk zoals wij nu het tijdperk van de verlichting bekijken en de komst van de boekdrukkunst.

Nuttige links:
Julius Ceasar Cipher: http://en.wikipedia.org/wiki/Caesar_cipher
Boekdrukkunst (Nederlands): http://nl.wikipedia.org/wiki/Boekdrukkunst
Tijdeperk van de verlichting: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting_(stroming)