Grijze zones, robots en andere dagelijkse bezigheden.

Door Auredium op maandag 19 maart 2012 13:15 - Reacties (3)
Categorie: De digitale Samenleving, Views: 2.449

Banner


De mens zijn grootste gave en wellicht zijn grootste vloek is om te kunnen dromen. Om dingen te bedenken en de wilskracht op te bouwen met de middelen beschikbaar zijn droom de realiteit waar te maken. De mens wilde vliegen en op 21 November ging in Parijs de eerste hete luchtballon de lucht in. De mens wilde gecontroleerd kunnen vliegen en in het jaar 1903 slaagden de gebroeders Wright erin om ook deze droom te realiseren.

Maar met het goede kwam ook het slechte. Diezelfde techniek van vliegen werd in 1940 en 1941 gebruikt om London te bombarderen. Grote geallieerde tapijtbombardementen legden hele Duitse steden in as. In 2001 werd het World Trade center vernietigd door Extremisten wiens visie niet samen leek te gaan met de visie van de Verenigde Staten. Onfortuinlijker wijs is het de mens en geen goddelijke macht die moet oordelen over wat de mens doet.

Een grote droom van veel mensen was het maken van machines en robots die het werk lichter zouden maken voor de mensheid. Het vliegtuig van het voorbeeld hierboven zorgt ervoor dat reizen gemakkelijker is. De robot, met name de menselijk gevormde robot is bedoeld om directe menselijke taken over te nemen. Natuurlijk is een vaatwasser handig voor de afwas mee te doen of een robotarm handig om producten op een andere lopende band te zetten. Een menselijke robot daarentegen kan doen wat wij mensen doen. Hij kan op zijn eigen manier de vaat doen of pakjes op een andere lopende band zetten. Hij kan autorijden of fietsen. Dat is de gedachte, en de oorsprong van de droom om een menselijke robot te ontwikkelen.

Deze droom bestond niet altijd in zijn huidige vorm met microchips en sensoren. Oudheden noemen golems van klei en complexe machines met tandwielen en olie. Van de Vikingen in het Noorden van Europa tot de oude Grieken, de Islamitische geleerden en het oude China zijn er voorbeelden te vinden van kunstmatige, menselijke wezens die ieder hun doel en taken hebben. Met de komst van de industrialisatie kreeg deze droom een overgang naar wat wij nu de moderne tijd kunnen noemen.

De techniek werd ingewikkelder en kwam op een hoger niveau. Met de komst van de eerste echte computers rond de tijd van de 2e Wereldoorlog had de mensheid het idee dat de droom aan de horizon lag. Het is daarom ook niet vreemd dat de hoeveelheid fictie vanaf het begin van de 20ste eeuw explodeerde omtrent het fenomeen robots. Denk aan klassiekers zoals ‘Artificial People’ of ‘Automata’.

Misschien terecht is er een inherente angst omtrent robots dat ze beter worden dan ons. Dat ze ons werk beter kunnen doen, beter kunnen overleven en slimmer zijn dan ons. Dat robots ons vervangen als de dominante levensvorm ten koste van de mensheid. Deze gedachte, gesteund door onze kennis van de evolutieleer kan een vrij realistische waarheid zijn. Het roep filosofische vragen op zoals het recht wat wij als mens hebben als een robot eenmaal zelfstandig kan beslissen en denken. Het wekt ook de vraag op in hoeverre wij zelf afwijken in denken van robots en of wij wel zelfbewustzijn hebben.

Laat ik afwijken van het gebruikelijke topic van computers en een wat ander spoor gaan betreden. Het menselijke brein is een geweldig instrument van evolutie. Het brein bevat tussen de 80 en 120 miljard neuronen. Het is een organische machine die tot nog toe met gemak al onze transistor processors het nakijken geeft. Toch is deze organische computer niet perfect. Er zitten limieten aan wat het actief kan bijhouden en er zijn veel zaken wat onze hersenen niet kunnen weten. Want onze hersenen zijn geheel afhankelijk van sensoren en capaciteit. Wij kunnen bijvoorbeeld van nature geen infrarood zien of radioactieve straling voelen. Onze hersenen zijn echter geprogrammeerd om voor alles een verklaring te zoeken. Omdat de capaciteit beperkt is en onze hersenen iet alles weten en niet alles in ‘real time’ kunnen bijhouden is het voor de hersenen niet mogelijk om overal een verklaring voor te vinden.

In mijn mening is de nood voor verklaringen te vinden zo groot dat het niet kunnen vinden van een plausibele verklaring ervoor zou zorgen dat de mens niet goed zou functioneren. Feitelijk gesproken, de hersenen zouden vastlopen op het beantwoorden van ook maar 1 vraag waar ze niet alle variabelen van kunnen bijhouden. Het hart van deze oorzaak is de kern waarin wij ons onderscheiden van dieren; wij vragen ons niet alleen af, wij blijven ons afvragen, constant en altijd.

Dit proces van constant afvragen is de kern van ons mens zijn, het evolutionaire verschil in onze grijze massa die ons laat verschillen van andere wezens. Apen vragen zich soms zaken af, net zoals Dolfijnen maar hun nieuwsgierigheid beweegt zich in grenzen. De haarloze aap genaamd mens heeft deze grenzen niet. Om te verhinderen dat een mens gaat malen op 1 enkele onbeantwoordbare vraag en dus vergeet te eten en slapen.

Kort gezegd; Een mens zonder bewustzijn maar met grenzeloze nieuwsgierigheid kan geen beslissingen maken. Een enkele vraag kan niet exact worden beantwoord door de hersenen omdat niet alle informatie beschikbaar is. De vraag ‘waarom is die bloem geel en de andere rood?’ zou voor een holbewoner niet exact te zijn beantwoord omdat niet alle informatie er is. De holbewoner zou zonder bewustzijn niet de vraag kunnen wegleggen en dus niet toe komen aan zijn basisbehoeften.
Bewustzijn is de ‘illusie’ van zelfbeslissing. Feitelijk gesproken is het de hersenen hun antwoord op het probleem niet alles te kunnen bijhouden. Bewustzijn is, puur vanuit het standpunt van de hersenen; beslissingen nemen, knopen doorhakken. Als een knoop niet kan worden ontknoopt zoals het hoort dan zorgt bewustzijn ervoor dat de knoop wordt ontknoopt lijkt.

De illusie genaamd bewustzijn pakt onoplosbare vragen en fabriceert aan de hand van beschikbare kennis oplossingen voor deze vragen. Bewustzijn zorgt niet alleen daarvoor; het zorgt er ook voor dat de antwoorden worden geaccepteerd door de hersenen als een waarheid. Voor een individu die leeft met een door het bewustzijn gecreŽerd antwoord zal dit antwoord als waar zijn tot er voldoende bewijs is voor de hersenen om tot een ander acceptabel antwoord te komen. Hoe meer factoren er zijn die wat niet tot zeer moeilijk zijn te bewijzen in het echt, hoe moeilijker het zal zijn om te komen met een weerwoord te komen wat acceptabel voor die persoon zal lijken.

In dat licht zijn de onbekende factors zoiets als een zwarte doos. Onze hersenen weten dat ze er zijn en dat uitkomsten niet exact zijn. Hierdoor is het denkproces niet abstract, precies en machinaal. Deze imperfectie die het logische gevolg is van de beperktheid van onze hersenen en ons lichaam wordt opgevangen door de illusie van zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn is dus, in mijn mening het opvangen van onbekende factoren door bekende factoren te combineren tot een voor de hersenen acceptabel alternatief antwoord.

Beslissingen zijn ook het gevolg van zelfbewustzijn en vloeien voort uit de drie factoren van genetische aanleg, afgelegde weg en het heden waarin wij de beslissing maken. Daaruit voort komt de toekomst die wij in ons perspectief zien aan de hand van ons bewustzijn.

Als wij daar vanuit gaan bij de ontwikkeling van Robots, moeten we ermee rekening houden dat het niet zozeer is het ‘aanleren van taken’, maar eerder het combineren van reeds gedane kennis om nieuwe conclusies op onbekende zaken op te doen. Misschien nog dieper, en een misschien concretere waarheid tot de ontwikkeling van Kunstmatige Intelligentie is de vraag; hoe programmeer je nieuwsgierigheid?
Niet alleen de vraag, waarom zijn sommige bloemen geel en andere rood? Maar eerder; Wat is de basis voor nieuwsgierigheid en vragen in het algemeen. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk een razendsnelle wisselwerking tussen onze zintuigen en de kennis die wat we al hebben. Onze hersenen zijn constant op zoek evolutionair naar nieuwe vragen en de kleinste afwijking van het bekende is voldoende aanleiding voor het opstellen van een vraag.

Mochten wij dus kunstmatige intelligentie voor onze Robots ontwikkelen moeten we ze niet slechts 1 vraag geven of een ‘survival of the fittest’ proef laten doorstaan. We moeten ze leren vragen te stellen en laten accepteren dat ze niet alles kunnen weten.
Dat verhinderd niet een scenario zoals Terminator maar zal normaal gesproken dergelijke robots in staat stellen om tot dezelfde slechte, maar ook goede beslissingen te komen.

Volgende: Het wel en wee van EA 05-'12 Het wel en wee van EA
Volgende: Van pioniersgevoel tot gadgethype 03-'12 Van pioniersgevoel tot gadgethype

Reacties


Door Tweakers user Dooievriend, maandag 19 maart 2012 14:01

Interessant stuk, waar ik bij grote delen niet akkoord ben. Om er eentje uit te pikken:

"Het is een organische machine die tot nog toe met gemak al onze transistor processors het nakijken geeft. "
Heus? Heb jij ooit al nagegaan of een formule in propositionele logica met "amper" 1000 variabelen een oplossing heeft? Computers doen dit tegenwoordig met gemak. Ik ben akkoord dat er dingen zijn (taal bvb.) die computers momenteel niet goed kunnen, die mensen wel kunnen. Maar beide rekenmodellen (computers en hersenen) hebben simpelweg sterke en zwakke punten. Hersenen zijn goed in het analyseren van de omgeving, om zo een grote overlevingskans te bewerkstelligen. Computers zijn goed in het herhalen van repetitieve taken. Zet de hersenen op de repetitieve taak en computers op de omgevingsanalysetaak, en beiden falen episch.

Door Tweakers user Auredium, maandag 19 maart 2012 14:25

Dooievriend schreef op maandag 19 maart 2012 @ 14:01:
Interessant stuk, waar ik bij grote delen niet akkoord ben. Om er eentje uit te pikken:

"Het is een organische machine die tot nog toe met gemak al onze transistor processors het nakijken geeft. "
Heus? Heb jij ooit al nagegaan of een formule in propositionele logica met "amper" 1000 variabelen een oplossing heeft? Computers doen dit tegenwoordig met gemak. Ik ben akkoord dat er dingen zijn (taal bvb.) die computers momenteel niet goed kunnen, die mensen wel kunnen. Maar beide rekenmodellen (computers en hersenen) hebben simpelweg sterke en zwakke punten. Hersenen zijn goed in het analyseren van de omgeving, om zo een grote overlevingskans te bewerkstelligen. Computers zijn goed in het herhalen van repetitieve taken. Zet de hersenen op de repetitieve taak en computers op de omgevingsanalysetaak, en beiden falen episch.
Je moet denken aan flexibiliteit. Niet perse rekenkracht of taken. ;)

Door Tweakers user -RetroX-, maandag 19 maart 2012 14:36

Is het niet aannemelijk dat wij (de mens) nog wat onderdelen van het plaatje missen?

Waar men in de middeleeuwen nog geen kennis had van scheikundige elementen (althans niet op praktisch nivo) om alle elementen in een tabel te kunnen weergeven. Electriciteit is amper 200 jaar bekend. Straling zo'n 100 jaar en de transistor zo'n 50.

Wat we met zekerheid kunnen vaststellen is dat de huidige middelen, ook al schaal je ze tot in het onredelijke, niet de oplossing geeft die je voor dit vraagstuk zoekt.

Dit is het simpelste te demonstreren met het begrip "leven". Hoewel je organisch materiaal kan kweken is een levenloze materie niet 'tot leven' te brengen. Door middel van chemische en electrische processen kan je levenloos cq dood materiaal nog wel bepaalde acties laten doen maar deze gaan nimmer over tot een levende toestand. Bij "kennis" moeten we de factor 'leven' nog eens upgraden naar "bewustzijn".

Wellicht dat mijn kleinkinderen eens gaan meemaken hoe het werkt maar ik denk niet dat ik het antwoord ooit zal weten.

[Reactie gewijzigd op maandag 19 maart 2012 14:36]


Reageren is niet meer mogelijk